White Funk Black Magic Compositieplan

White Funk Black Magic

Compositieplan
Anke Brouwer

Het landschap draagt zichtbare en onzichtbare sporen van het verleden (Armando zou zeggen: “het landschap is schuldig”).
Deze sporen zijn de bronnen zijn van vier compositiestructuren die het uitgangspunt vormen voor mijn muziekstuk voor Harmonie Diepenheim.
Wat er op welk moment gespeeld wordt houdt sterk verband met de omgeving waar de processie zich bevindt. Daarover zullen tevoren richtlijnen worden gemaakt, die ter plekke door de dirigent worden geïnterpreteerd & doorgegeven aan de spelers.

De vier bronnen zijn:

• Ongerepte natuur, bos, hei, beek. (Oertijd): te vertalen in ongestructureerdheid, mysterieuze klanken van ijl tot donker
• Akkers & Weiden (cultuurgrond, rechte percelen, sloten) (Middeleeuwen): eenstemmigheid, eenvoud, “oude muziek”
• Hoeves, Havezathen, Kasteeltjes & Paleisjes, oude fabrieken (19e eeuw): Van Renaissance tot Romantiek, van abstracte polyritmiek tot de romantische melodie met begeleiding
• Woonkernen, dorpen, nieuwbouwwijken (20ste eeuw): Charleston, Jazz, Funk

Bij deze vier structuren horen vier contrasten, die benadrukt worden wanneer het materiaal gecombineerd wordt:
– vloeiende bewegingen vs hoekige vormen
– ritmeloosheid vs dwingende ritmische structuren
– grilligheid vs ordelijkheid & symmetrie
– “Het harnas van de vierkwartsmaat” vs polyritmiek

Elke compositie bestaat uit 5 stemmen (1 hoog, 2 midden en 1 laag register + slagwerk) en heeft een variabele lengte.
De hoeveelheid instrumenten per stem is afhankelijk van het aantal deelnemers op dat moment, maar er moet wel minimaal 1 iemand per stem aanwezig zijn.

Hoe deze composities opgebouwd worden en aan elkaar geregen worden, wordt ter plekke bepaald door een dirigent.
Deze persoon (kan ook een acteur zijn) geeft d.m.v. borden die hij in de lucht steekt aan welke compositie er gespeeld wordt en op welk moment welke groep inzet of zich terugtrekt.
Zo kan hij de opbouw van de compositie bepalen, aanpassen aan de omgeving en zelf de contrasten creëren.

Ook maak ik ruimte voor geïmproviseerde solo’s (bijv. over een ritmische passage met liggende akkoorden), waarbij de dirigent aangeeft wie daarvoor in aanmerking komt en voor hoelang.

Voortbordurend op de sprookjesachtige namen die Carel de verschillende performers heeft toegekend, zullen er binnen de groep musici (genaamd “Kamuzikanten”) ook een viertal rollen/figuren zijn:
Griet
Teun/Fleur
Larp
Bas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *